10 reacties

Ieder mens een eigen wereld

Hoe precies, weet ik niet maar ik begin anders door mijn wereld te lopen. Mijn vinger kan ik er nog niet opleggen, het is een gevoel dat de kop opsteek. Duidelijk is dat mijn weg leger is geworden, zoveel vrienden en familieleden zijn er al niet meer en veel waren jonger dan ik.  De wereld verandert in rap tempo en ofschoon vol goede wil, kan ik het niet bijbenen. Meer tijd nodig waarin ik minder doe.
Mijn 'prime time', ligt achter mij maar ik tilde het moeiteloos het hier en nu in, naar het tijdperk van mijn kleinkinderen.
De hype over de 'verwende en rijke' 60- 70 plussers, die door journalisten in alle soorten en maten breed uitgelicht werd in de media heb ik gevolgd en mij aangetrokken. Ongenuanceerd en elkaar napratend. Een figuur als Henk Krol maakte het er ook niet beter op.  Ik ben wars van hokjes. Onze maatschappij wordt gevormd door alle mensen, vanaf baby tot en met bejaarde. Door gezonde en zieke mensen; er hoort geen scheiding te zijn.
De politiek heeft, voor mij, afgedaan, er wordt gelogen en bedrogen. Niet het landsbelang maar partij politiek regeert, een maakbare wereld.
De digitale wereld, waarin je als patiënt een afspraak maakt met je huisarts via een website; waar je zelfs een e-consult kunt regelen, om dan te horen te krijgen dat je alsnog een afspraak moet maken. Het lijkt er erg op dat mensen niet meer belangrijk zijn. Techniek en geld zijn de pijlers onder onze maatschappij. Ik veroordeel niet alles, maar begrijp veel niet. Natuurlijk verzet ik mij, zoals veel mensen van mijn generatie. Je moet je eigen maatschappij maken, zeg ik dan tegen mijzelf. Dat deed ik 40 jaar geleden door een atelier te creëren in een wijk die nog niet helemaal van de grond was en waar mensen woonden die, nog niet, andere mensen kenden. In dat atelier gaf ik cursussen, hield huiskamer exposities, één maal in de maand een oase voor alle mensen die nog los liepen in deze complete nieuwbouw wijk.
In mijn hoofd kan ik dat nog, alleen, de overtuiging dat je gezond en vrolijk je oude dag binnen huppelt met eventueel een kleine aanpassing hier en daar, houdt geen stand.
Ik heb geen reden tot klagen, geen kommer en kwel maar het voelt alsof ik nu als 70plusser opnieuw mijn weg moet vinden. Dat had ik toch al eens gedaan, zo'n 55 jaar geleden?

2 reacties

New York

New York ligt al weer twee maanden in mijn verleden en toch....Toch komt er regelmatig, zomaar, een beeld op mijn netvlies van die immense wolkenkrabbers,  of de East River en de groene lanen van Brooklyn. Gewoon, wanneer ik in huis iets aan het doen ben, of  aan het fietsen; het doet er niet toe maar een beeld van New York komt in gedachten.
Het wordt toch echt tijd dat ik weer mijn lijntje van alledag onder mijn pen schuif.
Dan, ter afsluiting, nog een paar foto's van New York plaatsen? Iemand zei na het bekijken: Dat zijn wel erg veel gebouwen. Met andere woorden, weinig mensen. Dat klopt wel. Ik voel altijd schroom om mensen die bezig zijn met hun eigen zaken, te fotograferen. Ik heb dat vanzelfsprekende gemak niet. Ik zie wel veel onderling gebeuren maar kijk eerder weg dan dat ik er eens goed voor ga zitten.
Tenzij ik zo maar in één oogopslag contact krijg, dan gebaar ik wel eens met mijn fototoestel: mag ik? Op zo'n moment voel ik mij meer deelnemer dan toeschouwer.
In New York was ik toch vooral de kijker. De beelden van al die wolkenkrabbers, ik kon er niet genoeg van krijgen. In die paar gesprekken die er waren liet ik mijn fototoestel ongemoeid. Mijn archief laten nu vooral die foto's zien, die ik niet gemaakt heb.


Het nieuwe World Ttrade Centre van ver zichtbaar. 



                  Manhattan mid town vanaf de overkant van de
                  East River.  
 Het oude leunend tegen het nieuwe.
Het begin van Chinatown, op de achtergrond de Manhattan gevangenis. Zo vanuit hun cel kunnen gevangenen kijken naar het leven van alle dag waar zij geen deel van uitmaken.





San Remo twin towers, genomen vanaf het dakterras van The Metropolitan Museum of Art

5 reacties

9/11 Memorial

Dames, zal ik van U beiden een foto maken?
Wij staan bij één van de twee bassins die onderdeel zijn van Ground Zero. Daar waar de fundamenten waren van de Twin  Towers liggen nu twee grote rechthoekige waterbassins. Omgeven door een grote balustrade, bronskleurig, waaruit de namen zijn gestanst van de mensen, omgekomen bij de ramp van 9/11.
Ik heb foto's gemaakt en was met mijzelf aan het overleggen of het wel gepast was een foto te maken van mijn schoonzus staande bij de bronzen balustrade. We staan tenslotte niet bij de Zaanse Schans.
Achter ons staat een bejaard echtpaar en de man steekt uitnodigend zijn hand uit naar mijn camera. Wanneer hij die op ons richt zie ik hoe zijn rechterhand beeft.
Als hij hem maar niet laat vallen, denk ik en, dat wordt geen scherpe foto. Maar mijn zorg is volkomen overbodig.
Met dat hij het toestel terug geeft zegt hij, wijzend op een naam ' U staat bij de naam van mijn broer'  en dan vallen wij stil. Hij knikt ons toe met een glimlach vol droefheid en wijst naar een naam. Onder de balustrade loopt een goot, gevuld met hetzelfde water dat langs de vier wanden naar beneden loopt en wegstroomt in een vierkante opening. Hij doopt een hand in het water en strijkt ermee over de naam en zet daarna met de wijsvinger een kruisje. Zijn vrouw doet het zelfde, wij kijken woordeloos toe.
'Goed dat u hier bent geweest 'zegt hij bij het weggaan, 'wij komen hier ieder jaar een keer'. Ze lopen hand in hand van ons weg en wij, wij kijken ze na.
Ik ontdek een witte roos in één van de letters van een andere naam.
Een martiaal figuur met badge en cowboyhoed maant een jongetje tot respectvol gedrag door niet over de balustrade te hangen en zijn jas, die hij over een paar namen heeft gelegd, over zijn arm te dragen. Het joch is een jaar of tien en doet wat de man zegt. Zijn vader kijkt zwijgend toe. Ik wil aan de praat komen met deze 'bewaker' en vraag iets onnozels. Hij schiet in de lach, het ijs is gebroken en hij vraagt of ik die witte roos gezien heb en wat ik daarbij denk.
'Iemand kwam langs, met een bloemetje' opper ik. Hij schudt zijn hoofd.
'Er is een fonds opgericht door nabestaanden en wanneer het, van één van de slachtoffers de geboortedatum is, krijgt hij/zij een witte roos'.
Hij vertelt verder dat hij brandweerman is geweest en dat zijn eenheid het eerste bij de torens was. Van zijn groep heeft hij zes mensen verloren en ook nog drie familieleden.
Ik vertel hem dat ik nog precies weet waar ik was toen het nieuws de wereld over ging. Ik zat met mijn kleindochter van drie maanden op schoot en dacht dat mijn schoonzoon nu toch wel een hele beroerde dvd op had gezet .Tot het tot mij doordrong dat dit echt was toen de verslaggever vertelde dat er ook een vliegtuig neergestort was in Washington met aan boord een vader met zijn drie maanden oude dochtertje dat hij aan zijn moeder wilde laten zien. Bij elke verjaardag van Lieve, denk ik ook aan dat omgekomen meisje met haar vader en aan haar moeder.
De man met zijn felblauwe ogen onder zijn cowboyhoed knikt en zegt ook 'goed dat u hier bent'.
Wij nemen afscheid en zoeken een bankje op om alles even goed te verwerken. De zon schijnt uitbundig, De pas geplante bomen hebben helder groene blaadjes en wij realiseren ons dat we zijn op de plaats van een grote wond. Te midden van het bruisende geluid van een wereldstad.















0 reacties
0 reacties
0 reacties
6 reacties

Wandelen door New York

De beste manier voor mij om een stad te leren kennen is wandelen. Lopen tussen de New Yorkers en doen zoals zij. Het straatbeeld is overzichtelijk omdat alles in rechte lijnen loopt, voor zover het de straten betreft. Geen namen maar nummers zodat je altijd weet waar je bent.
Oversteken doe je niet als het voetgangerslicht rood is. In Nederland natuurlijk wel maar in New York zeker niet. Je wordt ogenblikkelijk door een automobilist gecorrigeerd met luid getoeter. Dat is raar, want automobilisten doen regelmatig dat wat een ander niet mag. Zolang het licht groen is, rijden zij. Dat ze dan stil komen te staan op het kruispunt of in de bocht deert hen niet. Dat ze daarmee het verkeer dat optrekt vanaf een andere kant hinderen, ook niet. Het kruispunt is verstopt, de voetgangers die op hun beurt oversteken laveren er door heen. Ik heb dikke pret want niemand windt zich op, niemand scheldt en de middelvinger kent de New Yorker niet. Toeteren mag en ik denk dat dat de uitlaatklep is. Er wordt bij het minste geringste op de claxon gedrukt. Op het moment dat ik mag oversteken en een automobilist toch nog even tot aan de zebrastreep optrekt, steek ik mijn vinger uit naar de neus van zijn auto. 'Pas op jij' zeg ik met een grijns en de automobilist lacht terug. Hij kijkt wel uit. Ontspannen loop ik door, mij één voelend met de meute.