17 reacties

Open brief aan het AZU; onderdeel van het UMC

L.S.

Bijgaand het formulier dat ik invulde met vragen n.a.v. mijn hartkatheterisatie.
Ik ben te laat met het opsturen waarvoor mijn excuus. Te druk in mijn hoofd met verwerken van het feit dat na nog geen negen jaar mijn bio kunstklep het laat afweten en te druk met het verwerken van de bijbehorende onderzoeken.
Mij is gevraagd mee te willen werken aan een onderzoek, Predocs genaamd. Een onderzoek met betrekking tot mogelijke achteruitgang bij oudere patiënten die een open hart operatie ondergaan.

Ik zou u willen voorstellen een ander onderzoek in het leven te roepen.
Een onderzoek met betrekking tot het achteruitgaan van patiënten, vòòr benoemde operatie, die maar verschoven, verschoven en opnieuw verschoven wordt.

Laat ik u mijn geschiedenis voorleggen.
Juni vorig jaar werd bij mij geconstateerd dat mijn bio hartklep niet meer functioneert.
Slokdarm echografie; hartkatheterisatie en verder de gebruikelijke onderzoeken gaven geen aanwijzing waarom die klep degenereerde.
Ik werd overgedragen in de zorgen van het AZU, maar wel met de boodschap van mijn cardioloog: Mevrouw Everts u bent er slechter aan toe dan voor uw vorige operatie van acht jaar geleden, inmiddels bijna negen jaar.
Met de boodschap: Wanneer u hele erge druk krijgt op uw borst of u wordt zo duizelig dat u dreigt voorover te vallen, meteen 112 bellen en naar het ziekenhuis.
Beide boodschappen waren niet bevorderlijk voor mijn nachtrust, met alle gevolgen van dien.
Eenmaal kwam ik in haast bij mijn cardioloog, die constateerde dat er met mijn hartje niets aan de hand was. En éénmaal bij de huisarts die hetzelfde constateerde.
Samen kwamen wij tot de conclusie "paniekaanval". Die is niet terug gekomen want paniekaanvallen, daar moet ik niets van hebben.

Maar, mijn conditie gaat achteruit. Nu de winter met zijn storm en regen verleden tijd is, heb ik geen last meer van kortademigheid. Nu ik in staat was een elektrische fiets te kopen, kan ik voorzichtig mijn vleugels wat uitslaan en het beetje vrijheidsbeweging dat ik hiermee gewonnen heb, doet mij goed. Een kinderhand is snel gevuld, nietwaar?

Echter

, ik ben bijna 73 jaar, woon al lang genoeg alleen om daaraan gewend te zijn en toch....
Mijn uithoudingsvermogen is klein, die dingen die aan mijn leven kleur geven, kan ik niet doen, hetgeen mij isoleert van de wereld die ik liefheb.
Mijn kinderen laten mij niet in de steek maar hebben zelf jonge kinderen, werk en een studie. Mijn buren staan klaar, als ze kunnen en ook zij werken, hebben kinderen of hun eigen fysieke sores.
Tegenwoordig ga ik na mijn ontbijt terug naar bed, een half uurtje lezen en een half uurtje slapen. Het doet mij goed maar diep in mijn hart? Vind ik het zonde van weer een kostelijke dag.

Tot slot, laat ik héél duidelijk zijn dat ook in mijn optiek een spoedgeval altijd voorrang heeft.
Ik zou alleen graag gezonder de operatie ingaan dan als spoedgeval.
Een goed onderzoek, bij mensen die langer moeten wachten dan dat in eerste instantie werd afgesproken, lijkt mij daarbij een goede helpende hand.
Wachten vergt veel energie. Energie die afneemt en dat is beangstigend.

Met vriendelijke groet......

6 reacties

Mijn droom

In alle kamers van een huis en in de tuin wordt feest gevierd; overal zijn mensen.
Hans, de vader van mijn kinderen en ik zijn ook van de partij. Vrolijkheid alom.
Op zeker moment realiseer ik mij dat ik hem al een tijdje niet gezien heb. We gaan wel vaker ieder onze eigen weg maar wanneer ik hem overal zoek en niet kan vinden, vind ik het niet meer leuk.
Nogmaals dwaal ik door het huis, langs een orkestje, een toneelgebeuren en opnieuw door de tuin. Nergens een spoor van Hans.
Ik loop naar buiten, door de nacht en door het stadje. Een Duits stadje. Dan herken ik de plek waar we onze fietsen hadden neer gezet. Voel mij opgelucht maar ze zijn weg. Er staan alleen een blauwe en een rode paraplu, achter een struik tegen de muur van een huis.
De muur heeft een deur van glas. Wanneer ik aanbel komen een jonge man en vrouw naar de deur en ik herken de man. Een jongere versie van de fietsenman op Ameland.
Zij weten niets van twee fietsen, nee, jammer, maar zij kunnen mij niet helpen.
De paniek die al een tijdje voelbaar was slaat nu toe.

Hoe moet ik nu thuis komen, vraag ik de omstanders. Hoe kom ik zonder fiets nu thuis, zo ver weg. Ik kan toch dat eind niet helemaal gaan lopen. Niemand reageert op mijn woorden en ik roep het nog harder, nog dwingender: Wat moet ik nu en hoe moet ik nu; hoe kom ik ooit nog thuis!
Ik ben zo verschrikkelijk moe en moet er bijna van overgeven.
Wanneer ik wakker word voel ik de smaak van gal in mijn keel en het dwingende gevoel van verlatenheid.
Even blijf ik liggen om alles goed tot mij door te laten dringen....
Het duurt een halve ochtend voor ik dat nare gevoel kwijt raak.

                                                                            ________

In de droomsymboliek staat de fiets voor eigen energie. Het is immers een ding dat door eigen energie wordt voort bewogen.
Deze droom laat zien dat ik mijn energie kwijt ben. Ik zou bijna zeggen dat dat oud nieuws is. Op dit moment ben ik mijn energie kwijt, daar leef ik mee.
Wanneer ik uit ga van alles wat ik droom ben ik zelf, dan kan Hans staan voor mijn mannelijke energie, die energie die besluiten neemt, handelend kan optreden. Dat vermogen zou ik dus ook kwijt zijn. Misschien wel en dat andere mensen mij niet kunnen helpen in deze, dat snap ik. Ik moet hier zelf doorheen.
Er staan twee paraplu's, een rode en een blauwe. Een paraplu beschermt tegen regen en wind, kan zich ook tegen je keren maar toch, het is een hulpmiddel. Rood staat voor 'het gevecht aangaan'.
Blauw is voor mij een sterke, koele kleur, ook de kleur van loslaten. Rood en blauw, dualiteit die zo vaak hoogtij viert in mijn leven.
Wat mij beangstigt is het sterke gevoel, het weten in mijn droom, van niet thuis kunnen komen. Mijn veilige plekje op deze aarde, het plekje waar ik alles verzameld heb dat mij lief en dierbaar is.
Maar gaat het wel over dit huis of is het een symbool van mij thuis te weten in mijzelf. Mijn huis als symbool van mijn leven.
Met mijn hartoperatie in het vooruitzicht is dit misschien wel mijn onderhuidse angst die via deze droom aan het licht is gekomen.
De droom heeft mij in ieder geval laten toegeven aan mijzelf, dat ik wel enigszins bang ben.



0 reacties
6 reacties

Kleuren van een herinnering

Terwijl ik, met gure tegenwind, mijn fiets en mijzelf hijgend de fietstunnel uittrap komt een herinnering bij mij op aan een vroeger fietstochtje. En ik vraag mij af of een herinnering steeds mooier gekleurd raakt naarmate er meer grijstinten komen tussen mij en de bewuste herinnering.
De wijken van mijn woonplaats zijn aan elkaar gebreid met fietstunnels; beton en asfalt en vooral niets oogstrelends. Dit in tegenstelling tot het fietsen in welke stad dan ook.

In mijn herinnering fiets ik door Amsterdam. Krusemanstraat, Museumplein, het Rijksmuseum onderdoor.
Het is, voor mijn doen, een vroege Zaterdachochtend, tien uur. Thuis ligt mijn kind van ruim vier maanden, schoon gebaad en gevoed in haar bedje. Op de tafel in de huiskamer ligt een briefje voor haar vader : flesje voeding in koelkast, zo rond half twaalf, slaap maar lekker uit, ze is gewassen. Tot straks, ik ben naar V&D. Kerstboomballen kopen!!!
Het is rustig in de straten, windstil en een klein zonnetje gooit mijn schaduw ver vooruit op het asfalt.
Onder het Rijksmuseum speelt een saxofonist.
Mijn toekomst ligt voor mij. De man van mijn dromen, een gezond en prachtig kind, een heerlijke plek om te wonen en ik bedacht ineens dat ik geen blauwe of rode of groene uni kleur kerstboom hoef, de nieuwe kerstmode.
De ballen mogen rood en blauw en geel en groen zijn, alles door elkaar.
Van elke kleur koop ik vier grote ballen plus nog vier goudkleurige. Vijf vierkante dozen.
Hoe ik ze op de fiets terug door de stad vervoerd heb herinner ik mij niet meer. Van iedere kleur heb ik nog een bal en elk jaar haal ik ze even te voorschijn.
Ik herinner mij de mooiste boom ooit.

Mijn huidige woonplek is in de zomer aardig. Afwisselende boomsoorten, singels met eenden en grasgroene stroken. Geen dorpskern, geen café op de hoek of een kruidenier. De enigen die hier rondlopen zijn de hondenbezitters. Maar, even trappen en ik ben in een weide landschap met fraaie vergezichten, koeien en paarden.
Nu is het winter en grijs. De kale bomen geven goed zicht op allemaal eendere type huizen met kleurloze daken.
Zodra de zon schijnt ziet het er wat aangenamer uit dat kan ik niet ontkennen.
Maar ik blijf het mij afvragen : worden herinneringen steeds kleurrijker naarmate er meer grijstinten tussen oude-  en hedendaagse tijden komen.


Boven buurhuis met nieuwe dakkapel; onder Museumplein en rechts onder de Spiegelstraat.
 

10 reacties

Ode aan mijn liefde

Door de Spiegelstraat lopend, alweer een paar weken geleden, moest ik toch sterk aan de vader van mijn kinderen denken, mijn liefde. Nu bijna net zo lang dood als ik hem gekend heb.
De dag voordat wij uit Amsterdam verhuisden, van drie- en vierhoog naar een eengezinswoning met tuin, kwam hij de trappen opgestormd en zei, buiten adem:
  
     Het is toch verschrikkelijk, hoeveel jaren heb ik hier nu gewoond en zonet ontdekte ik op de Willems Parkweg een gevelsteen die ik nog nooit heb gezien.

Hij was er helemaal ontdaan van.
In dat eerste jaar na de verhuizing, gingen wij vaak terug naar Amsterdam, om ons te laven. Want daar waar wij woonden was helemaal niets. Een bouwput die van tijd tot tijd een paar honderd meter opschoof. Het woonde wel maar wende niet, zoals een goede vriend van ons het eens uitdrukte.
Op een avond na weer een uitstap, terug in de tijd, zei hij:

    Het is goed om hier te wonen. Hier moet je alles uit je tenen halen, in de stad ligt de wereld voor je uitgestald, komt tot je zonder er moeite voor te hoeven doen. Iedere minuut zie je weer wat nieuws, iets oogstrelend of iets waarover je na moet denken. Maar hier....en een wijds armgebaar volgde.

Een kentering, dacht ik. Inderdaad. De avond dat de warmte tussen de huizen was blijven hangen, de stadsdrukte ons om de oren toeterde en wij na een lange wandeling door de Jordaan ons in de trein lieten zakken, was een teken maar ik was te moe.
Uitstappend op station Maarssen, zei hij ineens, terwijl hij mij bij de arm pakte:

    Ruik je het, het ruikt groen, wat heerlijk ruikt het hier....

Ik begon te lachen, ja het rook groen die avond, zo ruikt dus groen. Het woonde....wij waren gewend.....

Wat ik mij deze dagen pas realiseer is, dat hij een enorm offer heeft gebracht en ik alles heel natuurlijk vond.
Zijn hele leven in Amsterdam gewoond, 55 jaren lang. Toen kwam ik zijn leven binnen gehuppeld en binnen een paar maanden was alles geregeld en geordend, een heel nieuw begin kreeg gestalte.
Een klein jaar later was ik zwanger en kwam ons eerste kind, een tweede na bijna drie jaar en toen was drie- en vierhoog wonen niet meer leuk, nieuwe onder buren; met twee kinderen die trappen af en de kinderwagen in de stalling om de hoek, hoog boven mijn hoofd op een plankier.
Reden om te verhuizen naar een woning met tuin en alles onder handbereik.
Zijn werkterrein was verhuisd naar Utrecht, wij kozen voor M'broek onder de rook van.
Ik had er wel oog voor dat het hem kostte maar tegelijkertijd vond ik het zo heel gewoon. Natuurlijk deden wij wat we deden, we waren een gezin nu...
Maar het offer dat hij bracht....Ik wilde wel dat ik dat bij zijn leven had ingezien en niet twintig jaar na zijn dood.


4 reacties

Mijn stad, mijn geschiedenis.

Drie fotoboeken van Amsterdam kreeg ik te leen. Twee zijn er weer terug gebracht, één mag ik langer houden: " Wat zie ik; Amsterdam stad van foto's."
Ik merk bij mijzelf dat ik dit boek doorblader met een zekere opwinding al weet ik nog niet precies waarom.
Totdat ik een foto zie, genomen in het Centraal Station. Een trap vol afdalende forensen, spitsuur op het C.S. Een handvol vrouwen, verder alleen mannen.
Mijn vader zou daar zomaar tussen kunnen lopen, met zijn grijze hoed. Wij hadden iedere morgen de zelfde trein. Hij 1ste klas met collega's, ik 2de klas, naar school, met een vriendin en een paar jongens die we altijd troffen in een bepaalde coupé.
Al bladerend zie ik beelden waaraan ik herinneringen heb. Of het nu een foto is van een etalage van de Bijenkorf of het terras van Reijnders.
Een foto van de pont van Amsterdam-noord naar de achterkant van het C.S.
Ik pak er een vergrootglas bij. Mijn broer ging met die pont, mijn vader en ik, met de fiets en dagelijks. Het zou toch zomaar kunnen.
Het wordt een zoektocht naar mijn jonge jaren maar vooral naar mijn vader.
De mannen op de foto's zien er uit zoals ik mij hem herinner. Zijn hoed, zijn ronde bril, altijd in een pak, soms met twee verschillende schoenen. Dan kwam er een loopjongen aan de deur, "Mevrouw, uw man heeft een belangrijke vergadering, hij heeft een bruine of een zwarte schoen nodig, geeft niet welke".
Mijn vader, die geloofde in de traditionele rolverdeling. Hij de kostwinner, mijn moeder de kinderen en het huis.
Ja, de tijden zijn veranderd.
Door dit fotoboek is mijn vader weer naar voren gekomen. Zijn flauwe grapjes, waar ik als kind erg om moest lachen. Zijn voorkeur voor de kleur geel. Moest ik iets van hem gedaan krijgen dan zorgde ik dat ik gele strikken in mijn haar droeg.
Wanneer de krijger thuis kwam na een dag hard werken voor ons dagelijkse brood, mocht niemand hem storen. Sloffen, een glas melk en de krant. Mijn moeder hield zich daar aan en tot haar ergernis, ik niet. Ik klom op zijn schoot, onder de krant door. Knoopte mijn poppenstrikjes in zijn haar, trok zijn mond scheef die zo bleef staan, fronste zijn gezicht in een plooi;  hij liet het allemaal toe.
Die vader, die zo in mijn herinnering terugkwam, wilde ik zoeken in de straten van Amsterdam.
De Rivierenbuurt, waar wij woonden tot mijn negende. Vandaar wilde ik de tram nemen naar het centrum, lijn 25. De halte was er nog, op de Churchilllaan maar de tram niet meer. Een bus en dan overstappen bij het museumplein. Vandaar ben ik gaan lopen.
Over het plein, waar ik op de middelbare school zat en, zittend op het dunne hekje van het gazon, bij de rozentuin van het Stedelijk, mijn laatste examenstof leerde.
Over de grachten naar de Munt, het Singel en vandaar met de tram naar het C.S.
Achter het station bij de ponten gestaan, die een kleine afspiegeling zijn van de groten uit mijn tijd, toen er nog geen tunnel onder het IJ was voor alle auto's.
Een heerlijke stad om door heen te lopen. Maar ik heb daar
mijn vader niet gevonden.
 

Roerstraat, Rivierenbuurt
Hij is niet een man van deze tijd. Hij stierf in 1996, 87 jaar oud.







Oude Spiegelstraat, centrumBijschrift toevoegen


Prinsengracht








N-Z tramhuisje en Centraal Station.Bijschrift toevoegen

Oostdokse nieuwbouw.

Het beeld van de stad is dermate veranderd; hij zou met welwillende nieuwsgierigheid even hebben rondgekeken maar hij zou er niet meer deel van hebben kunnen uitmaken.

lichtgewicht pont.

8 reacties

Huid, grensgebied

Met mijn ogen volg ik het schuim dat langs mijn lichaam naar beneden glijdt en zich mengt met het douchewater rond mijn voeten. Langzaam verdwijnen de zeepsopbellen in de afvoer.
Het water trekt mijn vel glad en glanzend en ik bekijk mijn huid, mijn vorm, met tevreden ogen.
Huid, grens tussen mij en de wereld.
Mijn denken schakelt niet uit. Mijn huid die mijn lichaam bij elkaar houdt, hoeveel meer verbindt het met mijn fysiek. Schakel tussen binnen en buitenwereld.
Mijn hier en nu, opgebouwd uit allerlei fasen, door de jaren heen. Deze huid is niet de huid van zoveel jaar geleden. Alle cellen zijn vernieuwd, opnieuw vernieuwd en zullen weer vernieuwen.
Maar het vermogen tot vernieuwen is dezelfde gebleven.
Het douchewater verwarmd mijn vel en glijdt naar beneden, vormt een plas rond mijn voeten en opnieuw een plas....

" Draai je eens om, Saartje bom, draai je magere gatje eens om". Mijn moeder die op de rand van de badkuip zit en mij uit het water vist om af te drogen. Drie jaar ben ik en zij wrijft mijn huid totdat die gloeit. Ik mag niet koud worden en opnieuw ziek. Haar grote angst.
Gloeiende huid door de oplopende koorts, zo warm, zo warm, mijn vel doet pijn.
"Mamma, help, mijn vel doet pijn, zo warm ".
Koude natte lappen worden op mijn lijf gelegd, de koorts moet zakken. Ze gaan door tot ik ril van de kou, de koorts zakt. Na een diepe slaap is mijn lichaamstemperatuur bijna normaal, totdat het avond wordt en hij weer stijgt.
Ik weet het niet. De koorts jaagt mijn bloed tot onder mijn vel en voert mij mee naar vreemde oorden.
Ik ben grenzeloos. Als de crisis voorbij is, word ik weer van mijzelf, netjes binnen de grens van mijn ik.
Het zal nog een paar winters voorkomen. Het is oorlog, er zijn geen medicijnen en ik ben vatbaar.
Hoe mijn moeder het voor elkaar krijgt weet ik niet, maar zij had altijd iets van vet in huis, dat zij bewaarde voor na het ziek zijn en wreef mijn lichaam zorgvuldig in, overtuigd dat het goed was.

Huid om te strelen. Een twee uur durende kerkdienst is moeilijk stilzittend door te brengen voor de woelwater die ik was. Maar tegen mijn moeder aangekropen en mijn hand onder die van haar, viel het mee. Zij streelde mijn hand en zo nu en dan verschoof ik die een beetje zodat een ander plekje geaaid werd. Heb ik daar, in die kerk geleerd hoe heerlijk het is om met zachte vingers aangeraakt te worden en zelf aan te raken?

Het eerste vriendje en handen die zo zalig gleden over een huid die zijdezacht was. Ik hield van de ietwat ruige vingertoppen van jongens, voelde mijn huid oplichten van genot maar deelde een forse tik uit als ze de verkeerde richting uitgingen. Mijn huid mijn grens. Tot hier en niet verder.
Dan, jaren later het ultieme genot van uit de kleren, huid op huid, eindelijk.
Het voorzichtige zoeken van handen. Mag ik hier en hier en o, wat zacht, wat warm.
Mijn huid die de grens verlegde, op zoek naar een andere grens, andere huid. Wat een wonder.
Die verwondering is nooit verdwenen, levendig aanwezig.

Onder de douche, in warm water en stoom gevangen maakte ik 'A sentimental journey ' over de grens van de tijd heen.
De tijd is aangebroken van zwaartekracht, een plooi hier, een litteken daar.
Wat ooit vlak en strak was, heeft nu een raar bochtje; wat eens fier en trots, nu wat minder fier en trots. Het zij zo, eerlijk gezegd is dat geen probleem.
Mijn huid omhult mijn fysiek dat ook tekenen van lang leven vertoont. Mijn vel zegt: tot hier en niet verder. Niet te veel uitdijen, niet te veel inklinken. Kom, dit ben jij, hier is je grens.

Mijn grens.Bijschrift toevoegen